Biobased Economy

Een duurzame, schone en gezonde wereld. Daaraan willen kennisinstituten, bedrijven en overheden in Noord-Nederland bijdragen met de ontwikkeling van een ‘biobased economy’. De partijen zoeken samen naar innovatieve manieren om gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie nuttig in te zetten. Noord-Nederland produceert traditioneel veel van deze biologische materialen, die fossiele grondstoffen kunnen vervangen bij de productie van bijvoorbeeld medicijnen, plastics en energie. Als de industrie produceert op basis van biomassa in plaats van aardolie of andere fossiele grondstoffen, zorgt dat voor energiebesparing, minder vervuiling en minder afval. Bovendien leidt de innovatie tot nieuwe biobased producten en processen, waardoor volop kansen ontstaan voor de Noordelijke economie.

Chemport Europe voor vergroening van de industrie

Eemshaven

In 2030 moet de industrie in de Eemshaven, Delfzijl en Emmen bijna volledig op groene grondstoffen draaien. Dat is de ambitie van Chemport Europe, waarin wetenschappers, overheden en de (chemische) industrie nauw samenwerken. Zij onderzoeken samen hoe de bestaande industrie kan overstappen naar groene stroom en stoom en naar duurzame grondstoffen. De samenwerking zorgt ook geregeld voor nieuwe bedrijvigheid.

Een mooi voorbeeld is het bedrijf BioBTX, dat met Noordelijke kennisinstituten een manier ontwikkelde om uit landbouwresiduen plastic te maken. Met subsidie van de provincie Groningen bouwde BioBTX een proeffabriek om de techniek op te schalen.

Zonder hobbels van kennis naar biobased product

In Noord-Nederland zijn alle voorwaarden aanwezig om de (vaak lange) weg van idee naar praktijk zo makkelijk mogelijk te maken. Onderzoekers en ondernemers weten elkaar goed te vinden. De Noordelijke hogescholen en de Rijksuniversiteit Groningen werken vaak direct samen met het bedrijfsleven aan innovaties rond het thema biobased economy. De onderzoeksgroepen van de instituten zijn in het netwerk Bio Economy Region Northern Netherlands (BERNN) ook goed verbonden met het bedrijfsleven. Dat is belangrijk, omdat nieuwe inzichten vaak ontstaan op het snijvlak tussen verschillende disciplines.
Verder zijn er goede testfaciliteiten voor startende bedrijven in het Innolab Chemie.

 

En in de proeftuin ZAP, Zernike Advanced Processing, vinden onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven elkaar. Studenten van de universiteit, hogeschool en mbo testen ideeën in een semi-industriële omgeving en zorgen er zo voor dat een veelbelovende technologie niet strandt in het lab. Tegelijik worden in ZAP de werknemers voor de biobased wereld van morgen opgeleid.

Garnalenschillen en gras: geen afval maar grondstof

Na het maaien bleven Staatsbosbeheer, hoveniers en andere landschapsbeheerders steeds zitten met een berg gras. Of ze daar niet nog iets van konden maken, vroegen ze aan studenten van het Kenniscentrum Biobased Economy van de Hanzehogeschool Groningen. De studenten wisten van het gras papier te maken en onderzoeken de mogelijkheden om met chemische processen bioplastic of andere materialen te fabriceren.

Ook de berg garnalenschillen die uit de garnalenpelmachine van Telson in Lauwersoog komt, hoeft niet als afval te eindigen. De garnalenpantsers ontlenen hun stevigheid aan chitine en dat kan ook worden gebruikt als grondstof voor verf, plastic of legio andere toepassingen. Noordelijke kennisinstellingen zoeken samen met het gerenommeerde Duitse Fraunhofer Institut naar manieren om chitine te verwerken.