Verhalen

Corona vergroot sociale ongelijkheid

Het is bij de coronacrisis niet anders dan bij andere crises en recessies: de zwakste groepen worden het hardst geraakt. Hoe groot de verschillen zullen zijn, zal blijken uit het Corona Research project van LifeLines, het UMCG, de, de Rijksuniversiteit Groningen en de Aletta Jacobs School of Public Health (AJSPH).

Prof. dr. J.O. (Jochen) Mierau
Adjunct Hoogleraar Economie van de Volksgezondheid en Wetenschappelijk Directeur Aletta Jacobs School of Public Health
(Foto’s: Pepijn van den Broeke)

,,De sociale ongelijkheid in Nederland is best groot. Normaalgesproken is dat niet zo zichtbaar, maar nu wordt het pijnlijk duidelijk. De meest kwetsbare mensen worden ook door corona het hardst geraakt. En na het virus krijgen we de recessie. Dan zul je hetzelfde beeld zien. Als het op zeker moment weer goed gaat, zullen zij de laatste zijn die het herstel voelen.’’ Jochen Mierau strijdt al jaren tegen die ongelijkheid, met kennis als zwaard. Hij is aan de Rijksuniversiteit verbonden als hoogleraar Economie van de Volksgezondheid en wetenschappelijk directeur van de Aletta Jacobs School of Public Health (AJSPH).

,,Wat er op het hoogtepunt van de crisis gebeurde in de gezondheidszorg doet me denken aan het verhaal van Scrooge, die op kerstavond te zien krijgt hoe de toekomst eruitziet als hij niets verandert. Deze crisis heeft blootgelegd waar de pijnpunten zitten in ons gezondheidsstelsel. Dat moeten we aangrijpen om voorbereid te zijn op de volgende crisis. Niet alleen een volgend virus, maar ook de leefstijlepidemie en de vergrijzing.’’

Dat betekent dat we de hier en daar radicaal andere keuzes moeten maken. ,,Nu nog gaat de meeste aandacht naar de geneeskunde. Die heeft een grote impact op een kleine groep. Om de zorg haalbaar en betaalbaar te houden, is het onvermijdelijk meer naar preventie te kijken. Die heeft een kleine impact op een grote groep. Dat kan ook op een andere manier. We weten wel dat sociaal zwakkere groepen gemiddeld meer problemen hebben op allerlei gebieden, niet in de laatste plaats op het gebied van hun gezondheid. Maar wat ik interessant vind, is hoe het kan dat de meeste mensen die aan de gestelde voorwaarden voor sociaal zwakkeren voldoen, gewoon kerngezond zijn. Ze zijn niet dik, niet verslaafd, niet werkloos. Wat doen zij zo anders? Dát is interessant. Net als mensen in sociaal sterke groepen die wél met allerlei leefstijlprobemen te maken hebben.’’

Eén van de dingen die veel zouden helpen in de strijd tegen onvermijdelijk komende aandoeningen, is als we beter en meer zouden testen. Dat geldt nu met corona, maar straks ook – en nu eigenlijk ook al – met aandoeningen die te maken hebben met de vergrijzing, en zeker ook met leefstijl. Suikerziekte, verschillende vormen van kanker, COPD en veel meer aandoeningen komen steeds meer voor vanwege ongezonde leefpatronen. ,,Je hoeft mensen natuurlijk niet wekelijks te testen op hun leefstijl maar met enige regelmaat gegevens daarover verzamelen is heel nuttig. Je kunt dan een dashboard bouwen waarop je permanent kunt zien op welke plekken leefbaarheidsproblemen zitten. Die kennis zou directe input moeten zijn voor overheidsbeleid en vervolgens gebruikt kunnen worden om beleid te evalueren.’’

Om dat te kunnen, is het noodzakelijk dat veel meer data over de gezondheid van mensen gedeeld en gekoppeld kan worden. ,,Ik besef dat daartegen nogal wat weerstand bestaat, vooral vanwege de privacygevoeligheid. Toch is het een kwestie van tijd. Je ziet wat we nu al aan kennis uit Lifelines halen. We zien bijvoorbeeld duidelijk dat veel jongeren eenzaamheidsklachten hebben vanwege de coronacrisis. We hebben ook cijfers over het aantal besmettingen. Leg die datasets naast elkaar en je kunt een betere afweging maken over de intelligente lockdown. Data zijn een heel belangrijke bron, die we niet ongebruikt moeten laten.’’

De gezondheidszorg staat voor fikse uitdagingen. Stijgende kosten, aanhoudende personeelstekorten, en niet altijd logische verbanden. ,,Een voorbeeld? In de literatuur was al eind februari bekend dat ook mensen zonder ziektesymptomen besmettelijk kunnen zijn. Maar voordat het in de beleidsadviezen werd opgenomen, waren we al een tijdje verder. Ook is gezondheidsbeleid op verschillende manieren geregeld. Landelijk, regionaal en dan ook nog onderscheid in instituten voor onderzoek en voor advies. Dat kan zorgen voor verwarring en maakt afstemming niet altijd even gemakkelijk. Universitair medische centra en universiteiten zouden beter benut moeten worden door hun regio’s en met landelijke diensten als het RIVM nauwer afstemmen. Dan wordt wetenschap direct gekoppeld aan het maatschappelijk belang.’’

 

Aletta Jacobs School of Public Health

De AJSPH opende pas drie jaar geleden haar deuren. Het samenwerkingsverband tussen de Rijksuniversiteit Groningen, het UMCG en de Hanzehogeschool doet fundamenteel onderzoek rond één kernvraag: hoe krijgen we er meer gezonde levensjaren bij. De samengebalde kennis en expertise vloeit terug naar de maatschappij in de vorm van onderwijs, advies, evenementen en samenwerkingen. De AJSPH is snel gegroeid. Inmiddels staan er vijftien mensen op de loonlijst en zijn er ook nog eens ruim zestig onderzoekers aan verbonden. En ook belangrijk: de School wordt steeds vaker betrokken bij sociaal beleid van de overheid.

 

Lifelines

Binnen de biobank en cohortstudie Lifelines worden gedurende dertig jaar 165.000 inwoners van Noord-Nederland gevolgd: kinderen, ouders en grootouders. Deze driegeneratie-aanpak is uniek in de wereld. In dit onderzoek krijgen zij op gezette tijden uitgebreide vragenlijsten voorgelegd over ziekten, leefstijl, gezondheid, medicijngebruik, voedingsgewoonten en dergelijke. Centraal staat de vraag waarom de één al relatief vroeg in het leven een chronische ziekte ontwikkelt en de ander tot op hoge leeftijd vitaal blijft.