Verhalen

Kinderen leven op van nieuwe aanpak gedetineerde vaders

Samen huiswerk maken, een knuffel geven, een spelletje doen. Voor gedetineerde vaders en hun kinderen was dat tot voor kort hoegenaamd onmogelijk. In de penitentiaire inrichtingen (p.i.) van Veenhuizen en Leeuwarden niet meer. Daar wordt samen met de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen een compleet nieuwe benadering ontwikkeld en in praktijk gebracht.

Kinderen. Die zijn altijd de dupe als één van hun ouders achter de tralies verdwijnt. Ze voelen schaamte, onzekerheid, onmacht. Niet zelden belanden ze in een situatie met financiële problemen, met spanningen tussen hun ouders, met stress. Voor gedetineerde moeders bestaan al decennia lang programma’s om die schadelijke gevolgen voor kinderen tegen te gaan. Voor vaders nu ook.

,,Als je het rapport van de Kinderombudsman van anderhalf jaar geleden leest, dan weet je dat er dingen anders moeten’’, zegt Marie-Anne de Groot. ,,Het komt er kort op neer dat kinderen zo ongeveer net zo hard gestraft worden als hun vader die veroordeeld wordt. Dat kan niet de bedoeling zijn. We hebben het over 25.000 kinderen per jaar! Wij proberen de kans op een trauma voor kinderen kleiner te maken.’’

De directeur van p.i. Veenhuizen doelt op de gezinsbenadering die de inrichtingen van Leeuwarden en Veenhuizen hanteren. Het idee is net zo simpel als de uitvoering soms lastig is: zorg ervoor dat kinderen beter contact houden met hun vader, dat ze hemkunnen bezoeken, zien, horen, aanraken. In een omgeving die ze prettig vinden. In zowel PI Leeuwarden als PI Veenhuizen zijn gedetineerde vaders samengebracht op één afdeling: de vadervleugel. Ze krijgen speciale activiteiten om hun vaderrol zo goed mogelijk in te kunnen vullen. Bovendien kunnen ze elkaar stimuleren en onderling gesprekken voeren over zaken waar vaders tegenaan lopen.

Directeur Marie Anne de Groot van de penitentiaire inrichting Veenhuizen.

Het is even ‘gewoon’

Niet dat de gevangenissen nu opeens in pretparken veranderen. Het gaat om soms subtiele, maar heel bewuste accentverschuivingen. Een schilderijtje op de gang, een vrolijk kleurtje aan de muur. Maar er zijn ook grotere ingrepen. In Veenhuizen werden twee spreekkamers omgebouwd tot familiekamer. Als je niet beter weet, zou je denken dat je in een appartementje voor een weekendje weg terechtgekomen bent. Een keukentje staat er in, een lekkere bank, een tv, een kast vol spelletjes, wat speelgoed, een laptop.

,,Hier kunnen gezinnen even écht tijd met elkaar doorbrengen. Op die laptop helpen vaders hun kinderen met huiswerk. Ze koken samen, kijken een filmpje. Het is even ‘gewoon’. Heel anders dan de bezoekruimte waar vaak rumoer is, waar meerdere gedetineerden en hun familie met elkaar praten over een glazen scherm heen. En dat helpt het kind enorm. Ook als voorbereiding op de tijd later dat papa weer thuis is.’’

Wilt u ook samenwerken?Neemt u dan gerust contact met ons op

Vaders veranderen ook

Dat ligt voor de hand, maar toch gebeurt het amper in de wereld. De directeur ontdekte een goed voorbeeld in Wales, dankzij studenten van de Hanzehogeschool die er stage hadden gelopen. ,,In die gevangenis werken ze al jaren volgens dit principe en de cijfers zijn indrukwekkend. Veel minder van deze kinderen komen zelf met justitie in aanraking, hun schoolprestaties gaan met sprongen vooruit, ze worden veel minder gepest. Ze hebben kortom een betere toekomst.’’

En dat is nog maar één kant van het snijdende mes. De andere is dat de vaders zelf ook veranderen. ,,Ze zijn veel meer betrokken bij hun gezin, en zien zo heel direct wat ze te verliezen hebben, waar ze het allemaal voor doen. Dat betekent dat ze serieuzer bezig zijn met het leven dat ze willen leiden als ze weer buiten staan. Dit helpt recidive verlagen. Afgezien daarvan merk je dat het in de p.i. rustiger is, dat er minder opstootjes zijn.’’

Van de stelling dat een plek in het programma een beloning is voor vaders, wil Marie-Anne de Groot niets weten. ,,De celdeur gaat gewoon ’s avonds en ‘s nachts weer op slot. Misschien is dat nog wel lastiger als je net een middag met je kinderen hebt doorgebracht. Afgezien daarvan: we doen een zware screening om te zien welke vaders mee mogen en wíllen doen. Uiteindelijk komt ongeveer een kwart daar door. De veiligheid voor alle deelnemers staat voorop. Meedoen is ook niet niks. Je committeert je als gedetineerde aan een programma dat betekent dat je serieus aan je toekomst werkt, inclusief pijnlijke confrontaties met je verleden.’’

RUG en Hanze onderzoeken

Dat deze benadering voor zowel vader als kind positief is, lijkt evident. Uit de rest van het land is de interesse ook groot. Toch is het essentieel dat er onderzoek wordt gedaan. ,,Niet alleen willen we weten welke effecten er te meten zijn. Ook werken we aan een standaardisering. Aan welke eisen moet een gedetineerde vader voldoen om te zorgen dat de benadering succes heeft bijvoorbeeld. Wat helpt wel, wat helpt niet. Hoe moet het personeel getraind worden. We zoeken een blauwdruk die in andere p.i.’s gebruikt kan worden. Dat is onder meer waar studenten en onderzoekers van de Hanzehogeschool aan werken, ook vanuit hun Innovatiewerkplaats hier binnen de muren.’’

Aan de Rijksuniversiteit loopt tegelijkertijd een promotieonderzoek naar de effecten die de benadering heeft op gedetineerde vaders en hun kinderen. De resultaten daarvan worden ergens de komende jaren verwacht.